Je risico's de baas

Persartikelen maken gewag van een verlaging van het gegarandeerde rendement van de groepsverzekering. Hoe zit dat nu?

Wie een groepsverzekering heeft, spaart via het werk voor een aanvullend pensioen. Meestal gebeurt dit met een vaste bijdrage, bijvoorbeeld per maand. Dit geld levert dan tot aan het pensioen een jaarlijks rendement op. Wettelijk gezien moet de werkgever ervoor zorgen dat de eigen bijdragen van de werknemers 3,75% rendement per jaar opleveren, voor de werkgeversbijdragen is dat minimumrendement vastgelegd op 3,25%.

 
Verzekeraars kunnen een gegarandeerd rendement geven omdat ze die premies op een veilige manier beleggen. Maar wie veilig belegt, moet zich vandaag tevreden stellen met een lager rendement omdat de langetermijnrente erg laag is. Veilige staatsobligaties halen nog minder dan 0,6%. De verzekeraars kunnen vandaag de dag die 3,25% en 3,75% niet meer halen op nieuwe stortingen. Wanneer een werknemer op pensioen gaat, moet de werkgever volgens de wet zelf aanvullen wat de verzekeraar niet gewaarborgd heeft. Daarom zijn heel wat werkgevers die nog geen groepsverzekering hebben voor hun personeel, of die nog maar zeer beperkte premies storten, niet meer zo happig om het aanvullend pensioen aan te bieden of uit te breiden. Dit is nochtans wat de regering wenst, namelijk een uitbreiding van de tweede pensioenpijler om ervoor te zorgen dat wie op pensioen gaat, zijn levensstandaard niet drastisch ziet terugvallen omdat hij uitsluitend met het karige wettelijke pensioen moet rondkomen. We leven almaar langer. Met deze vergrijzing is een aanvullend pensioen meer dan nodig.
 
De verzekeraars willen de wettelijke verplichting, die bij de werkgevers rust, kunnen blijven garanderen en zijn pleiten er daarom voor het minimum rendement op de aanvullende pensioenen te herzien en het bijvoorbeeld te laten mee-evolueren met de langetermijnrente op de financiële markten. Die beweging kan dus zowel naar omhoog als naar omlaag gebeuren. Premies die in het verleden gestort werden, blijven verder oprenten aan 3,25% en 3,75% tot aan de pensioenleeftijd van de werknemer. Het is voor nieuwe premies, zowel in bestaande als in toekomstige pensioenplannen, dat een oplossing zich opdringt. Dat is geen contractbreuk maar wel de enige manier om ervoor te zorgen dat meer mensen een aanvullend pensioen kunnen genieten dat bovendien ook veilig is. Een pensioenfonds of een tak 23-verzekering belegt immers veel meer in aandelen en kan hoge pieken maar ook diepe dalen kennen, zonder de garantie die een groepsverzekering wel biedt.
 
Een vaak gehoord argument is dat de verzekeraars vroeger wel winsten konden behalen die ze nu zouden kunnen aanwenden om “het gat te dichten”. Die winsten, voor zover ze al niet werden uitgekeerd aan de verzekerden, zijn nodig om de rendementsgaranties van 3,25% en 3,75% op premies die in het verleden zijn gestort te kunnen blijven garanderen tot aan de pensioenleeftijd.
 
Meer lezen over de groepsverzekering? Lees de brochure.
 
Meer weten over het aanvullend pensioen? Bekijk de video.