Paris

De auteur Emmanuel Carrère volgt week na week het proces van de ‘aanslagen van 13 november’ waardoor het Stade de France, een aantal terrassen en de concertzaal Bataclan werden getroffen. Zijn kroniek verschijnt in vier kranten: het Franse L’Obs, het Italiaanse La Repubblica, het Spaanse El País en het Zwitserse Le Temps. Net als alle media volgt hij van nabij de strafrechtelijke debatten, maar een opschorting wegens een coronabesmetting bij een van de beklaagden bood hem de gelegenheid om zich – als enige, met een collega van l’Obs die er nadien het werk ‘Le Prix de nos larmes’ over schreef – te buigen over de verborgen kant van het proces, namelijk de vergoeding van de slachtoffers. Een zeldzame gelegenheid om het Franse stelsel, dat in België soms als voorbeeld wordt aangehaald in het kader van de aanslagen in Brussel, onder de loep te nemen.

Ter herinnering: in Frankrijk wordt sinds 1986 een waarborgfonds voor slachtoffers van terreurdaden gefinancierd via een forfaitaire heffing op verzekeringsovereenkomsten (het Fonds de Garantie des Victimes des Actes de Terrorisme). Dit fonds beheert de aanvragen van de slachtoffers en past daarbij de Dintilhac-nomenclatuur toe, die de tarieven van de te vergoeden schade vaststelt. Daarbij neemt de complexiteit toe naarmate het gaat om de bepaling van psychologische trauma’s. Hier komen dan advocaten op de proppen die een beloning opstrijken van 8 tot 12 % van het resultaat dat ze uit de wacht slepen tegenover de advocate van het Fonds, die uiteraard de moeilijke taak heeft aanspraken van slachtoffers waar nodig te betwisten, wat haar beschuldigingen van krenterigheid en onmenselijkheid oplevert. Maar hoe doet men recht aan de verzoeken van rouwende vrienden, aan bepaalde vormen van zorg ten opzichte van andere, aan de omwenteling in het leven van overlevenden? Zelfs met een beschermingsstelsel dat uniek is in de wereld, blijft recht doen door middel van herstelbetalingen een hele uitdaging.

Dit brengt de auteur ertoe de rechtsbijstand van staatswege aan te halen die zonder enige inkomensvoorwaarde aan alle slachtoffers wordt toegekend en 272 euro (zonder taksen) per dag en per dossier bedraagt. Sommige advocatenkantoren hebben tientallen klanten, en om enigszins voor een evenwicht te zorgen met de advocaten die instaan voor de delicate verdediging van de beklaagden, geldt er een degressiviteit. De auteur buigt deemoedig het hoofd voor het respect dat op het proces heerst ten aanzien van deze advocaten die, zonder evenwel het terrorisme te verdedigen, de verdediging van de terroristen op zich hebben genomen.

Deze aspecten van het burgerlijk recht lijken voor hem een revelatie te zijn geweest. Na zijn eerder vermelde kroniek die verscheen op 19 mei komt hij op 2 juni terug op het concept van de ‘angst dat men op elk moment kan sterven’, een op zich staand rechtsbegrip dat voortspruit uit rechtspraak met betrekking tot een luchtramp, namelijk: ‘Het gevoel van afgrijzen ervaren door het slachtoffer dat tussen het moment waarop het een aanslag of aanval heeft ondergaan en zijn of haar overlijden tot het besef komt van de onvermijdelijkheid van zijn of haar einde’. Een begrip dat niet absoluut is voor wie bijvoorbeeld natuurlijk veroudert, maar dat een juridische lading krijgt wanneer er een verantwoordelijke in het spel is. Zeer recente rechtspraak van het Franse Hof van Cassatie neemt deze post niet op in de globale enveloppe waarin de Dintilhac-nomenclatuur voorziet, en dit begrip kan de situatie dus veranderen, niet zozeer voor de slachtoffers die werden verrast op de getroffen terrassen of aan het Stade de France, maar wel voor die in de Bataclan, waar de slachtpartij minutenlang heeft geduurd.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief !

Je ontvangt dan exclusieve artikels die je op de hoogte houden van de actualiteit in de vezekeringswereld.